Drijvend bouwen

PosadMaxwan signaleert dat het bouwen in de buurt van water problemen met zich meebrengt waar bestaande bouw- en ontwerpmethoden onvoldoende op zijn ingericht. Tegelijkertijd zien ze dat water juist ook kansen biedt voor andere, duurzame en inclusieve wijken. Daarmee biedt het een integrale oplossing voor de kwantitatieve woonopgave van nu én voor de kwalitatieve woonopgave op de lange termijn.
Drijvend bouwen wordt in dit ontwerpend onderzoek gezien als mogelijke oplossing om een kwalitatief brede bijdrage te leveren aan de groeiende noodzaak om klimaatbestendig te bouwen. Ook kan het een bijdrage leveren aan de woningbouwopgave op korte termijn en de bodem- en wateropgave op zowel de korte als lange termijn. Het brede ontwerpteam heeft ingezoomd op verschillende casussen met specifieke natuurlijke bodem- en watereigenschappen. Zo zijn aangrijpingspunten geïdentificeerd om te komen tot een mens- en klimaatpositieve stedelijke ontwikkeling. In Merwevierhavens in Rotterdam en het Utrechtse Rijnenburg is onderzocht hoe drijvend bouwen in hoge dichtheden kan worden ontwikkeld.

In de eerste fase van het ontwerpend onderzoek zijn de kwaliteiten en ontwerpuitgangspunten van drijvend bouwen verbeeld in een handboek. In de tweede fase worden de opschaalbaarheid en maatschappelijke impact van drijvend bouwen onderzocht, waarbij ook de bijdrage aan de brede welvaart en aan klimaatbestendigheid op de lange termijn een integraal onderdeel vormen van het onderzoek. Het Digital Cities-team van de ontwerpers maakt hiervoor een uitgebreide GIS-analyse. Daarnaast wordt de financiële haalbaarheid voorbij de klassieke GREX in kaart gebracht door nieuwe economische modellen te definiëren die nieuwe investeringsstromen inzichtelijk maken. Deze zijn behalve op financieel rendement, gebaseerd op maatschappelijke waarden en nieuwe samenwerkingsvormen. Het ontwerpteam werkt hierin samen met The Positive Lab, PAS bv, Blue Revolution en Buiting Advies naast specifieke omgevingspartijen per geïdentificeerde kansrijke casus en zet hierbij het handboek uit de eerste fase in met daarin de generieke lessen en ontwerpprincipes.